Alles over golf - De puntentelling

Golf kent een systeem van handicapverrekening, waardoor spelers van verschillende speelsterkte met gelijke kansen een wedstrijd tegen elkaar kunnen spelen. De handicap (= speelsterkte) geeft aan hoeveel slagen een speler meer mag doen over een ronde golf dan een speler met handicap 0 (nul). Een golfbaan bestaat uit een aantal holes. Elke hole is een par-3, par-4 of een par-5 hole. Par is de afkorting van Professional Average Result en het getal achter par geeft aan hoeveel slagen een speler met handicap 0 (nul) nodig heeft om de bal in de hole te krijgen. Par-3 zijn de korte holes, par-4 de middellange en par-5 de lange. Het uitgangspunt bij het spelen van een hole is, dat de speler op de green twee slagen nodig heeft. Dit betekent op een par-3 hole dat de bal vanaf de afslagplaats met één slag op de green moet worden geslagen. Op een par-4 hole heeft de speler daarvoor twee slagen en op een par-5 hole drie slagen. 

Handicap en Stableford 

Na het behalen van het golfvaardigheidsbewijs (GVB) kunt u een handicap halen. U schrijft zich dan in bij een handicap autoriteit, die uw speelsterkte vastlegt en bijhoudt aan de hand van uw ingeleverde scores. Voor het verkrijgen en bijhouden van een handicap werken we in Europa met het Stablefordsysteem. In dit systeem verdient een speler per hole een aantal punten, dat wordt bepaald door het aantal slagen dat hij op een hole mag doen. Dit aantal slagen is afhankelijk van het aantal par slagen van een hole en van zijn handicap. Hoe hoger de handicap, hoe meer slagen hij extra mag doen (handicapslagen). Met handicap 36 krijgt hij bijvoorbeeld 36 handicapslagen. Dit betekent op een 18 holes baan 2 slagen extra op elke hole. Deze slagen worden opgeteld bij het aantal par slagen van elke hole. Op een par-3 hole heeft hij dan 5, op een par-4 hole 6 en op een par-5 hole 7 slagen. Dit aantal slagen is de netto par van een hole. De netto par is de basis voor de Stablefordpuntentelling. Hoe beter de speler speelt, hoe meer punten hij krijgt. Als de speler netto par speelt, dan krijgt hij 2 Stablefordpunten. Gebruikt de speler 1 slag meer (1 boven je netto par), dan krijgt hij 1 Stablefordpunt. En speelt hij 2 of meer slagen boven de netto par, dan krijgt hij 0 Stablefordpunten. Speelt hij echter 1 slag minder dan zijn netto par, dan krijgt hij 3 Stablefordpunten. Bij 2 slagen minder (2 onder je netto par) krijgt hij 4 en bij 3 slagen onder zijn netto par 5 Stablefordpunten. Door dit Stablefordsysteem is het voor elke speler even moeilijk (of makkelijk) om een aantal Stablefordpunten te behalen, waardoor spelers van verschillende speelsterkte met gelijke kansen een wedstrijd tegen elkaar kunnen spelen. Een ander voordeel is het gevolg voor de snelheid van spelen. Als u 1 slag boven uw netto par heeft geslagen en de bal nog niet hebt uitgeholed, dan kunt u geen punten meer verdienen op deze hole. U kunt de bal dan oppakken en verder gaan op de volgende hole.  

Het wijzigen van de handicap 

Als u zich heeft ingeschreven bij een handicap autoriteit wordt na een aantal ingeleverde scores uw eerste handicap vastgesteld. Maar hoe beter u gaat spelen, hoe meer Stablefordpunten deze handicap oplevert. Na het inleveren van een aantal scores met voldoende Stablefordpunten wordt uw handicap verlaagd. U krijgt dan minder handicapslagen, waardoor het moeilijker is om hetzelfde aantal Stablefordpunten te behalen. Daarnaast moet u voor het behoud van uw handicap steeds een aantal Stablefordpunten binnen een bepaalde marge behalen. En haalt u een aantal keren onvoldoende Stablefordpunten, dan wordt uw handicap weer verhoogd.

Stroke IndexEen wijziging van de handicap kan betekenen, dat het aantal handicapslagen niet gelijk verdeeld kan worden over het aantal holes. Als u bijvoorbeeld handicap 23 hebt, krijgt u bij een 18 holes golfbaan op elke hole 1 handicapslag. U houdt dan echter 5 handicapslagen over. Om die te verdelen over de holes maakt u gebruik van de Stroke Index (SI). Met deze index wordt de moeilijkheidsgraad van elke hole aangeduid. Hoe moeilijker de hole, hoe lager de Stroke Index. Op een golfbaan met 18 holes varieert de Stroke Index van 1 t/m 18. Op deze wijze is het altijd mogelijk om het aantal handicapslagen van jouw handicap te verdelen over de holes. Bij een handicap van 23 worden de resterende 5 handicapslagen verdeeld over de holes met Stroke Index 1 t/m 5. En handicap 13 betekent bijvoorbeeld, dat alleen een handicapslag wordt toegekend op de holes met Stroke Index 1 t/m 13. Op de overige holes is uw netto par gelijk aan het aantal par slagen van de hole. 

Exact Handicap en Playing Handicap

Ook golfbanen zijn qua moeilijkheidsgraad met elkaar te vergelijken. Naast het totaal aantal Par slagen van de baan wordt hiervoor gebruik gemaakt van de Course Rating (CR) en de Slope Rating (SR). De moeilijkheidsgraad van een golfbaan kan gevolgen hebben voor het aantal handicapslagen op die baan. Hoe moeilijker de baan, hoe meer handicapslagen (en andersom). Dit resulteert in een Exact Handicap (= jouw handicap) en een Playing Handicap (= het aantal handicapslagen op de desbetreffende baan). In het clubhuis van elke baan is te vinden welke Playing Handicap voor die baan van toepassing is op uw Exact Handicap. 

GVB Theorie examen 

De laatste vraag van het GVB theorie examen gaat over het Stablefordsysteem, waarbij het aantal behaalde Stablefordpunten over 9 holes moet worden berekend. Ga bij de verdeling van de Playing Handicap uit van 18 holes en let goed op bij de verdeling van eventuele resterende handicapslagen op basis van de Stroke Index (SI). Bij een Playing Handicap van 23 bijvoorbeeld krijgt elke hole 1 handicapslag en verdeelt u de resterende 5 handicapslagen alleen over de holes met een Stroke Index van 1 t/m 5, voor zover die tussen de gegeven 9 holes staan. Onder ‘Downloads’ staat het document ‘Elke golfer een handicap’, waarin de bovenstaande theorie is gecombineerd met een aantal oefeningen, gevolgd door de antwoorden.